iA


Is Rutte III paris-proof ?

by Ernst Vuijk. Average Reading Time: about 2 minutes.

VVM discussie met Pieter Boot (PBL), Sandor Gaastra (Min EZK), Lot van Hooijdonk (wethouder Utrecht), Faisa Ouhlasen (Greenpeace), (KUN), Hans Grünfeld (VEMW) o.l.v. Ernst Vuyk.

In 2030 wil het kabinet een CO2-reductie van 49 procent ten opzichte van 1990 hebben gerealiseerd. Het kabinet “streeft” er bovendien naar dat alle nieuwe auto’s die tegen die tijd verkocht worden, allemaal uitstootvrij zijn. En in 2050 moet de CO2-uitstoot met niet minder dan 95 procent zijn teruggedrongen. De plannen zijn ontegenzeggelijk indrukwekkend, maar verre van onomstreden. Spoedig na de presentatie van de plannen rekende het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) uit dat de praktische plannen hooguit goed waren voor de helft van de klimaatambities.

Niet Parijs-proof

Dus ja: gaat Rutte III zijn eigen doelstellingen halen? En hoe zijn die plannen verder praktisch uitgewerkt?

Vrijdag 2 februari 2018 organiseerde de Vereniging van Milieuprofessionals (VVM) onder leiding van Ernst Vuyk (directeur VOO&A) een bijeenkomst waarin die vragen centraal stonden. Helaas was het antwoord op de eerste vraag ontkennend. ‘Nee, de plannen van de regering zijn niet ‘Parijs-proof’, stelde Sandor Gaastra, directeur-generaal van Energie (en Telecom en Mededinging) bij Economische Zaken. ‘Die 49 procent CO2-reductie in 2030 is niet genoeg. Om Parijs te halen moet je minstens 55 procent reduceren.’ Die laatste 6 procent wordt volgens Gaastra wel ‘geambieerd’ door Rutte III, maar moet in in samenwerking met Europese partners gerealiseerd worden.

Sandor Gaastra
Sandor Gaastra

Waarom zou je die laatste 6 procent er niet bijzetten? ‘Die 49 procent moeten ze eerst maar eens halen. Dat zou een heel knap resultaat zijn. Sowieso maakt het eigenlijk niet uit, die 49 of 55 procent. Het verschil is met de kennis van nu nauwelijks hard te maken’, verzucht in de pauze Tinus Pulles, gepensioneerd klimaatwetenschapper en lid van de VVM. En ook volgens Gaastra zelf is die laatste 6 procent puur ingebouwd als politieke hefboom om ook de internationale buren deelgenoot te maken van de ambities van het kabinet.

Kip-en-ei-probleem

Het legt de vinger inderdaad op een zere plek: CO2-uitstoot kent geen grenzen en dus is het buitenland nodig om maatregelen effectief te laten zijn. ‘Zo lang je nog niet voldoende windenergie hebt om het energieaanbod over te nemen kan het effectiever blijken om een kolencentrale open te houden. Anders nemen omliggende landen die grijze energie simpelweg over met hun oudere, en dus meer broeikasgassen uitstotende centrales’, legt Pieter Boot, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving, uit.

Daarmee manifesteert zich een kip-en-ei-probleem dat tot op heden resulteert in een zeer teleurstellende situatie. Twee weken geleden werd duidelijk dat Nederland een plaats zakt op de Europese ranglijst van duurzame energieopwekkende lidstaten. Dat correspondeert niet met het gevoel van veel Nederlandse burgers die denken dat ze door groene energie af te nemen al helemaal goed bezig zijn.


NederlandsEnglishDeutsch